wetzoeker

Article 15 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing

Each State Party shall ensure that any statement which is established to have been made as a result of torture shall not be invoked as evidence in any proceedings, except against a person accused of torture as evidence that the statement was made.

Regeling
Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-01-1989
BWB-id
BWBV0002507
Versie
1989-01-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl