Bijlage B Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
1. Kleine tankers tot 1000 brt.
1.1. Bij een zicht van 1000 meter of minder is het niet toegestaan de Eems te bevaren.
1.2. Er moet tenminste een bevoegde loods aan boord zijn.
1.3. Tenminste 24 uur voor het aanlopen van de Eems of ten laatste na het verlaten van de laatste haven dient een schriftelijke melding bij de bevoegde autoriteit plaats te vinden.
1.4. Voor het aanlopen van de Eems dienen tijdig de volgende gegevens gemeld te worden aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 18 en door vertrekkende schepen via VHF-kanaal 21:
Naam, positie, afmetingen en bestemmingshaven van het schip.
1.5. Tijdens de vaart op de Eems dient het schip zich te melden bij het passeren van de volgende posities:
- boei H 1 (Huibertgat) of boei 1 (Westereems) of boei Riffgat of boei Oostereems;
- boei H11 (Huibertgat) of boei 11 (Westereems) (alleen voor binnenkomende schepen);
- boei 19 (Fischerbalje) (alleen door via het Huibertgat vertrekkende schepen) aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 18;
- boei 41 aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 20;
- boei 65 (alleen voor binnenkomende schepen, gelijktijdig met de aankomstmelding van schepen die de haven Emden binnenlopen) aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 21;
- Gandersum aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 21;
- het binnenlopen van en het vertrekken uit de havens aan de Eems, alsmede bij aankomst op en vertrek van reden, lig- en overslagplaatsen via de plaatselijk bereikbare VHF-kanalen 18, 20 en 21.
Daarbij dienen de volgende gegevens te worden gemeld: Naam, positie en snelheid van het schip en de passeertijd.
1.6. Er moet voortdurend worden uitgeluisterd naar de radarcentrale aan de Knock:
- op „Eems-Revier-Radio” via VHF kanaal 18 op de Westereems en in het Randselgat tussen boei 1 en boei 35, in het Huibertgat tussen boei H1 en boei 15 (H15/A2) en op de Oude Eems tussen boei H13a (Oude Eems 1) en boei 33 (Oude Eems 11);
- op „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 20 tussen boei 35 en boei 37;
- op „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 21 tussen boei 57 en boei 86.
De aanwijzingen van de bevoegde autoriteit zijn steeds op te volgen.
1.7. De tankdeksels dienen gesloten te zijn.
1.8. Het roer dient door een betrouwbare en geoefende roerganger bediend te worden. Het gebruik van een stuurautomaat is niet toegestaan.
1.9. Bij een zicht van minder dan 2000 m moet een goedwerkend radartoestel in bedrijf zijn. Het beeldscherm moet door een terzake kundig persoon voortdurend geobserveerd worden.
2. Tankers van 1000 brt. tot 30.000 m3 laadvermogen
2.1. Binnen een veiligheidszone van 2 zeemijlen vooruit en 2 zeemijlen achter de tanker mogen zich noch meelopende geulgebonden schepen noch meelopende schepen geladen met gevaarlijke stoffen in bulk bevinden.
2.2. Het is aan de niet onder 2.1 vallende schepen toegestaan de tanker op te lopen, waarbij echter een passeerafstand van boordwand tot boordwand van tenminste 60 meter in acht dient te worden genomen. Hetzelfde geldt voor een tanker die niet onder 2.1 vallende schepen oploopt.
2.3. Tegemoetkomende vaartuigen dienen bij het passeren een dwarsafstand van boordwand tot boordwand van tenminste 60 meter in acht te nemen.
2.4. In afwijking van het bepaalde onder 2.2 en 2.3 mogen schepen van meer dan 3000 ton draagvermogen en schepen geladen met gevaarlijke stoffen in bulk de tanker noch oplopen noch ontmoeten in het riviergedeelte Gaatje Bocht tussen de boeien 49 en 55.
2.5. Getijgebonden schepen van en naar de haven van Delfzijl hebben in de Gaatje Bocht voorrang boven een tanker na overleg met de radarcentrale aan de Knock.
2.6. Varen op de Eems is slechts toegestaan, indien twee op de brug te bedienen marifooninstallaties, geschikt voor de verbinding met de radarcentrale en met andere schepen, bedrijfsklaar beschikbaar zijn.
2.7. Het aanlopen en verlaten van de Eemsmond door tankers mag uitsluitend via het Huibertgat plaatsvinden.
3. Tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m
3.1. Deze regeling geldt voor tankers met een laadvermogen van meer dan 30.000 m3, met dien verstande dat zich max. 30.000 m3 (± 15.000 ton) lading aan boord mag bevinden.
3.2. Op de Eems moeten twee bevoegde loodsen aan boord zijn.
De radarcentrale aan de Knock moet bezet zijn door een bevoegde loods: tijdens de vaart moet gebruik gemaakt worden van begeleiding door de radarcentrale.
3.3. Bij het oplopen of passeren dient ten opzichte van het andere vaartuig een dwarsafstand van boordwand tot boordwand ter grootte van 3 maal de breedte van de tanker, echter tenminste 90 m. in acht te worden genomen.
3.4. Bij het ontmoeten en oplopen van tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 dienen de volgende aanvullende voorschriften in acht te worden genomen:
- Tussen de boeien 47 en 57 (Gaatje Bocht) is het ontmoeten en oplopen van een tanker met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 verboden. Getijgebonden schepen dient voorrang gegeven te worden;
- Tussen de boeien 57 en 69 is het getijgebonden schepen en tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 verboden elkaar te ontmoeten;
- Tussen de boeien 68 en 69 en de haveningang van Emden mag geen enkel schip een tanker met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 ontmoeten of oplopen.
De hier bedoelde ontmoetings- en oploopverboden gelden omgekeerd ook voor tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 ten opzichte van de aldaar genoemde schepen.
3.5. Tussen de boei 57 en de haveningang van Emden dienen twee sleepboten met een vermogen van ten minste 736 kW (1000 pk) beschikbaar te zijn. Op ieder moment moet de sleepverbinding tot stand gebracht kunnen worden.
3.6. Op de Eems mag de scheepssnelheid tussen de boeien H1 en 30 niet groter zijn dan 14 zeemijl per uur en tussen de boeien 30 en 57 niet groter dan 12 zeemijl per uur.
3.7. Het is verboden de Eems te bevaren bij een zodanige windkracht dat het veilig manoeuvreren in gevaar wordt gebracht. Een en ander is ter beoordeling van de bevoegde autoriteit.
3.8. De Eems mag alleen bevaren worden indien aan boord:
- twee radartoestellen
- een deccaplaatsbepalingstoestel
- een elektronische snelheidsmeter (b.v. dopplerlog)
- een draaisnelheidsindicator
bedrijfsklaar beschikbaar zijn.
3.9. Tijdens de eerste 3,5 uur van de vloedfase is het binnenlopen van en het vertrekken uit de haven Emden niet toegestaan. Vervolgens is tot ongeveer 4 uur na hoogwater via de radarcentrale aan de Knock een afstemming nodig met binnenkomende en vertrekkende getijschepen en schepen van meer dan 3000 ton draagvermogen.
4. Algemene voorschriften
4.1. Tankers mogen de Eems pas bevaren indien begeleiding door een patrouillevaartuig beschikbaar is, met dien verstande dat zulks geldt
- voor tankers met een laadvermogen van 2500 m3 tot 10.000 m3 op het traject tussen boei 44 en Emden en omgekeerd;
- voor tankers met een laadvermogen van 10.000 m3 tot 30.000 m3 op het traject tussen boei 15 en Emden en omgekeerd;
- voor tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 op het traject tussen de verkenningston Huibertgat en Emden en omgekeerd.
4.2. Bovengenoemde voorschriften zijn, met uitzondering van oordeel 4.1, eveneens van toepassing op de vaart naar zee van nietontgaste tankers.
4.3. Voor de bij onderdeel 2 bedoelde tankers gelden bovendien de bepalingen van onderdeel 1.
4.4. Voor de bij onderdeel 3 bedoelde tankers gelden bovendien de bepalingen van de onderdelen 1 en 2.
4.5. Bovengenoemde voorschriften gelden zowel voor de dag- als de nachtvaart.
- Regeling
- Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 11-12-2002
- BWB-id
- BWBV0002504
- Versie
- 2002-12-11_0