wetzoeker

Artikel 13 Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding

(1) Indien een schip een ander schip in gevaar brengt of door dit schip zelf in gevaar wordt gebracht, dient het tijdig tweemaal na elkaar een lange stoot en vier korte stoten als gevaars- en waarschuwingssein te geven.

(2) Indien bij ongevallen van schepen bepaalde gevaarlijke goederen of radioactieve stoffen vrijkomen of dreigen vrij te komen, of indien er gevaar voor een ontploffing bestaat, moet als „blijf weg”-sein een korte en een lange stoot worden gegeven. Dit sein moet na inschakeling automatisch blijven functioneren. Het sein moet elke minuut ten minste vijfmaal achter elkaar steeds met tussenpozen van twee seconden worden gegeven. Het „blijf weg”-sein dient zolang te worden herhaald als de verkeerssituatie dit vereist. In de nabijheid van lig- en overslagplaatsen, zoals bedoeld in artikel 25, eerste lid, en artikel 26, eerste lid, dient in het geval van het bepaalde in de eerste volzin het „blijf weg”-sein ook door de voor de uitvoering van de werkzaamheden in de overslaginstallatie verantwoordelijke persoon te worden gegeven.

Regeling
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-12-2002
BWB-id
BWBV0002504
Versie
2002-12-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl