wetzoeker

Regel 10 Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET TWEEDE DEEL VAN HET VERDRAG

1 Degene die op grond van de in artikel 43, eerste lid, bedoelde verklaring de uitvinding wenst toe te passen, moet de octrooihouder per aangetekende brief daarvan kennis geven. Deze kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan n week nadat de aangetekende brief bij de post ter verzending is aangeboden. Een afschrift van de kennisgeving met opgave van de datum waarop deze brief bij de post ter verzending is aangeboden, moet aan het Europees Octrooibureau worden gezonden. Bij gebreke hiervan beschouwt het Europees Octrooibureau in geval van intrekking van de verklaring de kennnisgeving als niet te zijn gedaan.

2 In de kennisgeving moet worden aangegeven op welke wijze de uitvinding zal worden toegepast. Zodra de kennisgeving is gedaan, is degene die haar heeft gedaan, bevoegd de uitvinding toe te passen op de door hem aangegeven wijze.

3 De licentiehouder moet de octrooihouder aan het einde van elk kalenderkwartaal op de hoogte stellen van de toepassing van de uitvinding en de vergoeding daarvoor betalen. Indien hij deze verplichtingen niet nakomt, kan de octrooihouder hiervoor alsnog een redelijke termijn stellen. Indien de licentiehouder na het verstrijken van deze termijn niet aan de verplichtingen heeft voldaan, vervalt de licentie.

4 Een verzoek tot wijziging van het door de nietigheidsafdeling vastgestelde bedrag van de vergoeding kan eerst worden ingediend nadat, te rekenen van de datum af waarop dit bedrag voor het laatst is vastgesteld, een jaar is verstreken.

Regeling
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-12-1989
BWB-id
BWBV0002414
Versie
1989-12-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl