wetzoeker

Artikel 26 Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

RECHTSGEVOLGEN VAN HET GEMEENSCHAPSOCTROOI EN VAN DE EUROPESE OCTROOIAANVRAGE

1 Het Gemeenschapsoctrooi geeft de octrooihouder ook het recht, iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, te verbieden, op de grondgebieden van de Verdragsluitende Staten aan een ander dan degene die gerechtigd is de uitvinding toe te passen, middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding aan te bieden of te leveren voor de toepassing van de geoctrooieerde uitvinding op die grondgebieden, indien de derde weet dan wel het gezien de omstandigheden duidelijk is, dat deze middelen voor die toepassing geschikt en bestemd zijn.

2 Het eerste lid geldt niet indien de daarin bedoelde middelen algemeen in de handel verkrijgbare produkten zijn, tenzij de derde degene aan wie hij levert, aanzet tot het verrichten van krachtens artikel 25 verboden handelingen.

3 Zij die de in artikel 27, sub a) tot en met sub c), bedoelde handelingen verrichten, worden niet geacht in de zin van het eerste lid gerechtigd te zijn tot toepassing van de uitvinding.

Regeling
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-12-1989
BWB-id
BWBV0002414
Versie
1989-12-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl