wetzoeker

Artikel 9 Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

BIJZONDERE ORGANEN VAN HET EUROPEES OCTROOIBUREAU

1 De leden van de nietigheidsafdelingen mogen niet aan de behandeling van een zaak deelnemen, indien zij bij de zaak een persoonlijk belang hebben, indien zij daarin voordien in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een van de partijen zijn opgetreden, of indien zij in de verleningsprocedure of de oppositieprocedure hebben deelgenomen aan de eindbeslissing over deze zaak.

2 Indien een lid van een nietigheidsafdeling om een van de in het eerste lid genoemde redenen of om enige andere reden, van oordeel is dat hij niet kan deelnemen aan de behandeling van een zaak, stelt hij de afdeling hiervan in kennis.

3 De leden van een nietigheidsafdeling kunnen door elke partij worden gewraakt om een van de in het eerste lid genoemde redenen of indien aan hun onpartijdigheid kan worden getwijfeld. Wraking is niet ontvankelijk indien de betrokken partij een proceshandeling heeft verricht, ofschoon zij reeds kennis droeg van de reden tot wraking. Wraking kan niet gegrond zijn op de nationaliteit van een lid.

4 In de gevallen bedoeld in het tweede en derde lid beslissen de nietigheidsafdelingen zonder dat het desbetreffende lid daaraan deelneemt. Voor het nemen van deze beslissing wordt dit lid in de afdeling vervangen door zijn plaatsvervanger.

Regeling
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-12-1989
BWB-id
BWBV0002414
Versie
1989-12-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl