wetzoeker

Artikel 45 Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties

ALGEMENE BEPALINGEN

1 Een Staat mag niet langer gronden aanvoeren tot ongeldigheid of beëindiging van een verdrag of tot terugtrekking uit een verdrag of de opschorting van de werking ervan krachtens de artikelen 46 tot 50 of de artikelen 60 en 62, als deze Staat, na kennis te hebben genomen van de feiten:

(a) uitdrukkelijk heeft aanvaard dat het verdrag, al naar gelang het geval, geldig is, in werking blijft of van toepassing blijft; of

(b) op grond van zijn gedrag moet worden beschouwd als te hebben berust in, al naar gelang het geval, de geldigheid van het verdrag of het in werking of van toepassing blijven.

2 Een internationale organisatie mag niet langer gronden aanvoeren tot ongeldigheid of beëindiging van een verdrag of tot terugtrekking uit een verdrag of de opschorting van de werking ervan krachtens de artikelen 46 tot 50 of de artikelen 60 en 62, als deze internationale organisatie, na kennis te hebben genomen van de feiten:

(a) uitdrukkelijk heeft aanvaard dat het verdrag, al naar gelang het geval, geldig is, in werking blijft of van toepassing blijft; of

(b) op grond van het gedrag van het bevoegde orgaan moet worden beschouwd als te hebben afgezien van het recht zich op die grond te beroepen.

Regeling
Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties
Afkortingen
VCLTIO, VERSTIO
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
21-03-1986
BWB-id
BWBV0002302
Versie
1986-03-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl