wetzoeker

VI Overeenkomst inzake de bescherming van zeehonden in de Waddenzee

1 De Partijen verbieden het onttrekken van zeehonden uit het Waddenzeegebied.

2 De bevoegde instanties mogen uitzonderingen maken op het verbod bedoeld in het eerste lid, om personen toe te staan zeehonden te onttrekken:

- ten behoeve van nog aan te wijzen instellingen die wetenschappelijk onderzoek verrichten naar het behoud van de zeehondenpopulatie in de Waddenzee of het behoud van het ecosysteem van de Waddenzee, voorzover de informatie benodigd voor dergelijk onderzoek niet op een andere manier te verkrijgen is dan wel

- ten behoeve van nog aan te wijzen instellingen die zeehonden verzorgen teneinde ze na herstel weer vrij te laten, voorzover het zieke of verzwakte zeehonden betreft of huilers die aantoonbaar door hun moeder verlaten zijn.

Zeehonden die aantoonbaar lijden en geen overlevingskansen hebben mogen gedood worden door de in dit lid bedoelde personen.

3 Elke Partij die uitzonderingen heeft gemaakt zoals hierboven genoemd, deelt dit zo snel mogelijk mee aan de andere Partijen en geeft hen de gelegenheid om hierover van gedachten te wisselen en commentaar te leveren.

4 De Partijen nemen de nodige maatregelen ter voorkoming van illegale jacht en het onttrekken van zeehonden.

Regeling
Overeenkomst inzake de bescherming van zeehonden in de Waddenzee
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-1991
BWB-id
BWBV0002236
Versie
1991-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl