wetzoeker

Artikel 11 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Wanneer ambtenaren van een van de Staten zich, in de gevallen waarin deze Overeenkomst voorziet, bevinden op het grondgebied van de andere Staat, moeten zij te allen tijde hun ambtelijke hoedanigheid kunnen aantonen. Zij genieten op dit grondgebied de bescherming die de wetten en voorschriften van die andere Staat toekennen aan de ambtenaren van zijn douaneautoriteiten. Met betrekking tot de strafrechtelijke gevolgen van strafbare feiten jegens hen of door hen begaan, worden zij met laatstgenoemde ambtenaren gelijkgesteld.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-04-1984
BWB-id
BWBV0002198
Versie
1984-04-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl