wetzoeker

Artikel 8 Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van het beginsel ne bis in idem

1 Elke Lid-Staat kan, op het tijdstip van ondertekening of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop deze Overeenkomst van toepassing is.

2 Elke Lid-Staat kan, bij nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of op elk later tijdstip, door middel van een aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België gerichte verklaring de toepassing van deze Overeenkomst uitbreiden tot ieder ander in deze verklaring aangegeven grondgebied voor welks internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is of voor hetwelk hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.

3 Elke krachtens lid 2 gedane verklaring kan wat ieder in die verklaring aangewezen grondgebied betreft, worden ingetrokken door middel van een aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België gerichte kennisgeving.

Deze intrekking wordt onmiddellijk van kracht, of op een in de kennisgeving vermelde latere datum.

Regeling
Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van het beginsel ne bis in idem
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
06-04-1994
BWB-id
BWBV0002161
Versie
1994-04-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl