wetzoeker

Artikel 1 Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen betreffende de vereenvoudiging en de modernisering van de wijze van toezending van uitleveringsverzoeken

1 Voor de toepassing van de uitleveringsverdragen die tussen de Lid-Staten van kracht zijn, wijst elke Staat die partij is bij de Overeenkomst, de centrale autoriteit of, indien dit volgens zijn grondwet voorgeschreven is, de centrale autoriteiten aan die zijn belast met het toezenden en in ontvangst nemen van uitleveringsverzoeken en de documenten ter staving daarvan, alsook van de officiële briefwisseling aangaande een uitleveringsverzoek.

2 De in het eerste lid bedoelde aanwijzing geschiedt door elke Lid-Staat op het tijdstip van de bekrachtiging, de goedkeuring of de aanvaarding van de Overeenkomst en kan te allen tijde naderhand worden gewijzigd. De depositaris van de Overeenkomst stelt elke Staat die partij is bij de Overeenkomst in kennis van de aanwijzing en van latere wijzigingen.

Regeling
Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen betreffende de vereenvoudiging en de modernisering van de wijze van toezending van uitleveringsverzoeken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-05-1994
BWB-id
BWBV0002160
Versie
1994-05-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl