wetzoeker

BIJLAGE — Procedureregels overeenkomstig artikel XV van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada Overeenkomst inzake betrekkingen op het gebied van film en videofilm tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada

Procedureregels overeenkomstig artikel XV van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada

Aanvragen voor gelden en voorzieningen op grond van deze Overeenkomst ten behoeve van een coproduktie moeten ten minste dertig (30) dagen voor aanvang van de opnamen bij beide bevoegde autoriteiten tegelijkertijd worden ingediend. De bevoegde autoriteit van het land waarvan de coproducent met de grootste inbreng onderdaan is, deelt haar voorstel aan de andere autoriteit mede binnen twintig (20) dagen nadat de volledige documentatie zoals hieronder omschreven aan haar is voorgelegd. Daarop zal de bevoegde autoriteit van het land waarvan de coproducent met de kleinste inbreng onderdaan is binnen twintig (20) dagen haar beslissing mededelen.

Documentatie die wordt voorgelegd ten behoeve van een aanvraag bestaat uit de volgende bestanddelen, opgesteld in het Engels of het Frans indien de aanvraag in Canada wordt ingediend en in het Nederlands indien de aanvraag in Nederland wordt ingediend.

I. Het definitieve draaiboek.

II. Een document waaruit blijkt dat het auteursrecht op de wettige manier is verkregen.

III. Een kopie van het coproduktiecontract ondertekend door de twee coproducenten.

In het contract staan vermeld:

1. de titel van de coproduktie;

2. de naam van de schrijver van het draaiboek, of de naam van de bewerker indien het is gebaseerd op een literaire bron;

3. de naam van de regisseur (het is toegestaan een bepaling op te nemen die voorziet in diens vervanging indien nodig);

4. het budget;

5. het financieringsplan;

6. de verdeling van de opbrengsten en de markten;

7. de respectieve aandelen van de coproducenten bij over- of onderbesteding, welke aandelen in beginsel evenredig zijn aan de respectieve inbreng van de coproducenten, hoewel het aandeel van de coproducent met de kleinste inbreng in het geval van overbestedingbeperkt kan worden tot een lager percentage of tot een vast bedrag op voorwaarde dat de minimumomvang toegestaan uit hoofde van artikel IV van de Overeenkomst in acht wordt genomen.

8. een bepaling waarin erkend wordt dat toewijzing van de gelden en voorzieningen uit hoofde van deze Overeenkomst de bevoegde autoriteiten van beide landen niet ertoe verbindt om vertoning in het openbaar van de coproduktie toe te staan.

9. een bepaling waarin de maatregelen staan voorgeschreven die genomen dienen te worden indien:

a) de bevoegde autoriteiten in één der beide landen, na de zaak volledig overwogen te hebben, weigeren de aangevraagde gelden en voorzieningen ter beschikking te stellen;

b) de bevoegde autoriteiten de vertoning van de coproduktie in één der beide landen of de uitvoer ervan naar een derde land verbieden;

c) één der partijen haar verplichtingen niet nakomt;

10. het tijdvak waarin de opnamen dienen te beginnen;

11. een bepaling houdende dat de producent met de grootste inbreng een verzekering afsluit die ten minste "alle produktierisico's" en "alle risico's betreffende de originele beeld- en geluidopnamen" dekt.

IV. Het verspreidingscontract, indien dit reeds is ondertekend.

V. Een lijst van het creatieve en technische personeel waarop hun nationaliteit aangegeven staat, en in het geval van de acteurs, welke rol zij spelen.

VI. Het produktieschema.

VII. Het gedetailleerde budget met nadere aanduiding van de uitgaven voor elk land.

VIII. Een synopsis.

De bevoegde autoriteiten van beide landen kunnen vragen om andere documenten en alle overige noodzakelijk geachte aanvullende gegevens.

In beginsel dient het definitieve draaiboek (met inbegrip van de dialoog) te worden voorgelegd aan de bevoegde autoriteiten voordat met de opnamen wordt begonnen.

Wijzigingen, met inbegrip van de vervanging van een coproducent, kunnen worden aangebracht in het originele contract maar moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de bevoegde autoriteiten van beide landen voordat de coproduktie is voltooid. De vervanging van een coproducent kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegestaan en om redenen die beide bevoegde autoriteiten voldoende achten.

De bevoegde autoriteiten zullen elkaar op de hoogte houden van hun beslissingen.

Regeling
Overeenkomst inzake betrekkingen op het gebied van film en videofilm tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
21-11-1994
BWB-id
BWBV0002144
Versie
1994-11-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl