wetzoeker

Artikel 3 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Denemarken inzake het wederzijds aanhouden van voorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten

1 Een in Nederland gevestigde onderneming kan in Denemarken voorraden aanhouden waarop dit Verdrag van toepassing is. Dergelijke voorraden kunnen worden aangehouden:

a. hetzij rechtstreeks door de in Nederland gevestigde onderneming, hetzij

b. door een in Denemarken gevestigde onderneming, namens de in Nederland gevestigde onderneming.

2 Een in Denemarken gevestigde onderneming kan in Nederland voorraden aanhouden waarop dit Verdrag van toepassing is. Dergelijke voorraden kunnen worden aangehouden:

a. hetzij rechtstreeks door de in Denemarken gevestigde onderneming, hetzij

b. door een in Nederland gevestigde onderneming, namens de in Denemarken gevestigde onderneming.

3 Voorraden komen uitsluitend in aanmerking voor aanvaarding uit hoofde van artikel 2 van dit Verdrag indien de onderneming die aanvaarding van deze voorraden uit hoofde van genoemd artikel nastreeft, erin heeft toegestemd deze voorraden aan te houden, hetzij door hemzelf, hetzij door de andere onderneming, vanaf de eerste dag van een kalenderkwartaal gedurende een of meerdere volledige kalenderkwartalen, na aanvaarding door de bevoegde autoriteiten.

4 Indien een onderneming voorraden aanhoudt namens een andere onderneming in overeenstemming met het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, onderdeel b van dit artikel, dan mogen deze voorraden niet worden meegeteld in de Staat waar zij worden aangehouden, maar dienen zij te worden meegeteld door de Verdragsluitende Partij waar de onderneming die aanspraak kan maken op de voorraad is gevestigd.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Denemarken inzake het wederzijds aanhouden van voorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-2007
BWB-id
BWBV0002089
Versie
2007-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl