wetzoeker

Artikel 6 Verdrag betreffende inheemse en in stamverband levende volken in onafhankelijke landen

ALGEMEEN BELEID

1 Bij de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag dienen de Regeringen:

a. de betrokken volken te raadplegen via passende procedures en in het bijzonder door bemiddeling van de instellingen waarin zij zijn vertegenwoordigd, wanneer wetgevende of administratieve maatregelen worden overwogen die hen rechtstreeks kunnen raken;

b. middelen te scheppen waardoor deze volken vrij en ten minste in dezelfde mate als andere sectoren van de bevolking, deel kunnen nemen aan de besluitvorming op alle niveaus binnen instellingen waarvan de leden worden gekozen en binnen administratieve en andere instanties die verantwoordelijk zijn voor het beleid en de programma's die hen betreffen;

c. middelen te scheppen voor de volledige ontwikkeling van de eigen instellingen en initiatieven van deze volken en in passende gevallen de voor dit doel benodigde fondsen te verstrekken.

2 Het ingevolge dit Verdrag gevoerde overleg dient in goed vertrouwen en in een bij de omstandigheden passende vorm te worden gevoerd ten einde overeenstemming omtrent of toestemming voor de voorgestelde maatregelen te bereiken.

Regeling
Verdrag betreffende inheemse en in stamverband levende volken in onafhankelijke landen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-02-1999
BWB-id
BWBV0002087
Versie
1999-02-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl