wetzoeker

Artikel 14 Verdrag betreffende inheemse en in stamverband levende volken in onafhankelijke landen

ALGEMEEN BELEID

1 De eigendoms- en bezitsrechten van de betrokken volken ter zake van het land dat zij van oudsher bewonen, dienen te worden erkend. Bovendien moeten in daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen worden getroffen om het recht van de betrokken volken op het gebruik van land dat niet alleen door hen wordt bewoond, maar waartoe zij van oudsher toegang hebben om in hun levensonderhoud te voorzien en hun traditionele activiteiten uit te oefenen, te waarborgen. In het bijzonder dient in dit verband aandacht te worden geschonken aan de situatie van nomaden en rondtrekkende boeren.

2 Waar nodig dienen de Regeringen stappen te ondernemen om het land dat de betrokken volken van oudsher bewonen, als zodanig aan te merken en te waarborgen dat hun eigendoms- en bezitsrechten doeltreffend worden beschermd.

3 Er dienen toereikende procedures te worden ingevoerd binnen het nationale rechtsstelsel om te beslissen over aanspraken van de betrokken volken op land.

Regeling
Verdrag betreffende inheemse en in stamverband levende volken in onafhankelijke landen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-02-1999
BWB-id
BWBV0002087
Versie
1999-02-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl