wetzoeker

Artikel 4 Statuut van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht

1 De Raad voor Algemene Zaken en Beleid (hierna „de Raad”) draagt zorg voor het functioneren van de Conferentie. De vergaderingen van de Raad worden in beginsel jaarlijks gehouden.

2 De Raad kwijt zich van deze taak door middel van een Permanent Bureau, waarvan de werkzaamheden door haar worden geleid.

3 De Raad onderzoekt alle voorstellen bestemd om op de agenda van de Conferentie geplaatst te worden. De Raad is vrij te beoordelen welk gevolg aan deze voorstellen dient te worden gegeven.

4 De Nederlandse Staatscommissie tot voorbereiding der codificatie van het internationaal privaatrecht, ingesteld bij Koninklijk Besluit van 20 februari 1897, stelt, na overleg met de Leden van de Conferentie, de datum van de Diplomatieke Zittingen vast.

5 De Staatscommissie wendt zich tot de Nederlandse Regering voor de bijeenroeping van de Leden. De Voorzitter van de Staatscommissie zit de Zittingen van de Conferentie voor.

6 De Gewone Zittingen van de Conferentie worden in beginsel om de vier jaar gehouden.

7 Indien nodig kan de Raad, na overleg met de Staatscommissie, de Nederlandse Regering verzoeken de Conferentie in Buitengewone Zitting te doen bijeenkomen.

8 De Raad kan de Staatscommissie raadplegen over elke andere voor de Conferentie relevante aangelegenheid.

Regeling
Statuut van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2007
BWB-id
BWBV0002032
Versie
2007-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl