wetzoeker

Artikel 5 Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen

RECHTSBIJSTAND

Wanneer de verzoeker om rechtsbijstand zich niet in de aangezochte Staat bevindt, kan hij zijn verzoek indienen bij de verzendende autoriteit in de Verdragsluitende Staat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, onverminderd de mogelijkheid zijn verzoek langs andere weg bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat in te dienen.

Het verzoek dient te zijn ingericht overeenkomstig het bij dit Verdrag gevoegde modelformulier. Het dient vergezeld te gaan van alle nodige bescheiden. Dit laat het recht van de aangezochte Staat, in voorkomende gevallen verdere inlichtingen of bescheiden te verlangen, onverlet.

Iedere Verdragsluitende Staat kan verklaren dat zijn ontvangende centrale autoriteit verzoeken in behandeling neemt die langs andere weg of op andere wijze worden ingediend.

Regeling
Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-1992
BWB-id
BWBV0002024
Versie
1992-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl