wetzoeker

Artikel 18 Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging

ALGEMENE BEPALINGEN

Iedere Verdragsluitende Staat kan zich, op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het recht voorbehouden het Verdrag niet toe te passen op:

1. de vertegenwoordiging door een bank of een groep banken ter zake van bank-transacties;

2. vertegenwoordiging inzake verzekeringen;

3. handelingen van een openbaar ambtenaar, in de uitoefening van zijn functie, namens een privé-persoon.

Geen ander voorbehoud wordt toegestaan.

Iedere Verdragsluitende Staat kan tevens, bij het kennisgeven van een uitbreiding van het Verdrag overeenkomstig artikel 25, een of meer van deze voorbehouden maken waarvan de werking beperkt is tot alle of tot sommige van de gebieden bedoeld in de uitbreiding.

Iedere Verdragsluitende Staat kan te allen tijde een door hem gemaakt voorbehoud intrekken; het voorbehoud houdt op van kracht te zijn op de eerste dag van de derde kalendermaand na de kennisgeving van de intrekking.

Regeling
Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-1992
BWB-id
BWBV0002013
Versie
1992-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl