wetzoeker

Artikel 24 Verdrag betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen

Dit Verdrag blijft gedurende vijf jaar van kracht, te rekenen van de datum van zijn inwerkingtreding overeenkomstig artikel 20, eerste lid, ook voor de Staten die het later hebben bekrachtigd of ertoe zijn toegetreden.

Het Verdrag wordt, behoudens opzegging, stilzwijgend verlengd, telkens voor vijf jaar.

De opzegging moet tenminste zes maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar ter kennis worden gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Zij kan zich beperken tot een of meer van de gebieden waarop het Verdrag van toepassing is.

De opzegging wordt slechts van kracht ten opzichte van de Staat die ervan mededeling heeft gedaan. Het Verdrag blijft van kracht voor de andere Verdragsluitende Staten.

Regeling
Verdrag betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-09-1971
BWB-id
BWBV0002011
Versie
1971-09-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl