wetzoeker

Artikel 3 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen

TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG

Het overbrengen of het niet doen terugkeren van een kind wordt als ongeoorloofd beschouwd, wanneer:

a) dit geschiedt in strijd met een gezagsrecht, dat is toegekend aan een persoon, een instelling of enig ander lichaam, alleen of gezamenlijk, ingevolge het recht van de Staat waarin het kind onmiddellijk voor zijn overbrenging of vasthouding zijn gewone verblijfplaats had; en

b) dit recht alleen of gezamenlijk daadwerkelijk werd uitgeoefend op het tijdstip van het overbrengen of het niet doen terugkeren, dan wel zou zijn uitgeoefend, indien een zodanige gebeurtenis niet had plaatsgevonden.

Het onder a) bedoelde gezagsrecht kan in het bijzonder voortvloeien uit een toekenning van rechtswege, een rechterlijke of administratieve beslissing of een overeenkomst die geldig is ingevolge het recht van die Staat.

Regeling
Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-1990
BWB-id
BWBV0002010
Versie
1990-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl