wetzoeker

2 Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa

INFORMATIE OVER DE STRUCTUUR VAN DE LANDSTRIJDKRACHTEN, DE LUCHTSTRIJDKRACHTEN EN DE LUCHTVERDEDIGINGSSTRIJDKRACHTEN BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED

De te verstrekken gegevensoverzichten beginnen bij het hoogste bevelsniveau en bestrijken alle bevelsniveaus in neergaande lijn tot aan het niveau van brigade/regiment, zelfstandig bataljon en wing/ luchtmachtregiment, zelfstandig squadron of daaraan gelijkwaardig. Een militair district/leger/korps wordt bijvoorbeeld gevolgd door ondergeschikte zelfstandige regimenten, zelfstandige bataljons, depots, opleidingsinstellingen, vervolgens elke ondergeschikte divisie met haar regimenten/zelfstandige bataljons. Na vermelding van alle ondergeschikte organisaties volgen de gegevens betreffende het volgende militaire district/leger/korps. Dezelfde procedure wordt toegepast voor luchtstrijdkrachten en luchtverdedigingsstrijdkrachten.

A. Elke organisatie wordt aangeduid (kolom b) door middel van een eigen identificatiecode (d.w.z. het registratienummer van de formatie of eenheid) die in latere overzichten en alle latere uitwisselingen van informatie voor die organisatie wordt gebruikt; haar nationale benaming (d.w.z. de naam, in kolom c) en, in het geval van divisies, brigades/regimenten, zelfstandige bataljons, en wing/luchtmachtregiment, zelfstandige squadrons of gelijkwaardige organisaties, indien van toepassing, het soort formatie of eenheid (bijvoorbeeld infanterie-, tank-, artillerie-, jachtvliegtuig-, bommenwerper-, bevoorradings-); en

B. 'voor elke organisatie worden de twee bevelsniveaus binnen het toepassingsgebied aangeduid die onmiddellijk boven die-organisatie staan (kolommen d en e).

Regeling
Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa
Afkortingen
CSE
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
06-07-1993
BWB-id
BWBV0002009
Versie
1993-07-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl