6 Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa
REGELS EN PROCEDURES VOOR VERMINDERING VAN BU HET VERDRAG BEPERKTE CONVENTIONELE WAPENSYSTEMEN DOOR CONVERSIE VOOR NIET-MILITAIRE DOELEINDEN
De volgende procedures worden uitgevoerd voor het converteren van gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen op verminderingsplaatsen:
A. bij gevechtstanks:
1. verwijderen van speciale uitrusting uit de romp, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van de boordwapensystemen;
2. verwijderen van de koepel, indien aanwezig;
3. wat het kulasgedeelte betreft:
a. vastlassen van de kulas op het sluitstuk op ten minste twee plaatsen; of
b. versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas;
4. doorzagen van de schietbuis in twee delen op een afstand van niet meer dan 100 mm van het sluitstuk;
5. versnijden van één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager in de koepel; en
6. uitzagen en verwijderen van een deel van het bovenpantser van de romp vanaf de voorpantserplaat tot het midden van de koepelopening in de romp, te zamen met de bijbehorende delen van het zijpantser op een hoogte van niet minder dan 200 mm (bij de T-64 en de T-72 niet minder dan 100 mm) onder het niveau van het bovenpantser van de romp, alsmede het bijbehorende deel van de voorpantserplaat die op dezelf de hoogte wordt uitgezaagd. Het afgezaagde gedeelte van deze voorpantserplaat bestaat ten minste uit het bovenste derde deel; en
B. bij pantsergevechtsvoertuigen:
1. bij alle pantsergevechtsvoertuigen, verwijderen van bijzon dere uitrusting uit de romp, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van de boordwapensys temen;
2. bij voertuigen met de motor achterin, uitzagen en verwijde ren van een deel van het bovenpantser van de romp vanaf de voorpantserplaat tot het schot van het motor- en transmissie compartiment, te zamen met de bijbehorende delen van het zij- en voorpantser op een hoogte van niet minder dan 300 mm onder het niveau van de bovenkant van het comparte ment voor de gevechtsgroep;
3. bij voertuigen met de motor voorin, uitzagen en verwijderen van een deel van het bovenpantser van de romp vanaf het schot van het motor- en transmissiecompartiment tot de achterkant van het voertuig, te zamen met de bijbehorende delen van het zijpantser op een hoogte van niet minder dan 300 mm onder het niveau van de bovenkant van het compartiment voor de gevechtsgroep;
4. daarnaast bij pantserinfanteriegevechtsvoertuigen en zwaarbewapende gevechtsvoertuigen:
a. verwijderen van de koepel;
b. versnijden van één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager in de koepel;
c. wat het kulasgedeelte betreft:
i. vastlassen van de kulas op het sluitstuk op ten minste twee plaatsen;
ii. versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas; of
iii. doorzagen van het uitwendige deel van de kulas in twee ongeveer gelijke delen; en
d. doorzagen van dé schietbuis in twee delen op een afstand van niet meer dan 100 mm van het sluitstuk.
- Regeling
- Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa
- Afkortingen
- CSE
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 06-07-1993
- BWB-id
- BWBV0002009
- Versie
- 1993-07-06_0