wetzoeker

2 Verdrag betreffende de erkenning en de ten uitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in burgerlijke en handelszaken

De erkenning en de tenuitvoerlegging van een in paragraaf 1 bedoelde beslissing moeten in een Verdragsluitende Staat op verzoek van de persoon tegen wie de erkenning of de tenuitvoerlegging is verzocht, worden geweigerd indien de beslissing slechts gegrond kon worden op één of meer van de in paragraaf 4 genoemde bevoegdheden.

De erkenning en de tenuitvoerlegging behoeven evenwel niet te worden geweigerd wanneer de bevoegdheid van het (gerecht van de Staat van herkomst in het gegeven geval ook had kunnen steunen op een andere grond, die in de verhouding tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat erkenning en tenuitvoerlegging toelaat.

Regeling
Verdrag betreffende de erkenning en de ten uitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in burgerlijke en handelszaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-08-1979
BWB-id
BWBV0002002
Versie
1979-08-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl