wetzoeker

Artikel 9 Verdrag nopens de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en stichtingen

Iedere verdragsluitende Staat kan zich bij de ondertekening of de bekrachtiging van -, of bij de toetreding tot dit Verdrag de bevoegdheid voorbehouden de omvang der toepassing van het Verdrag, zoals die uit artikel 1 voortvloeit, te beperken.

De Staat die gebruik gemaakt heeft van de bevoegdheid bedoeld in het vorige lid, kan geen aanspraak maken op de toepassing van dit Verdrag door de andere verdragsluitende Staten ten aanzien van de groepen die hij heeft uitgesloten.

Regeling
Verdrag nopens de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en stichtingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-1956
BWB-id
BWBV0001999
Versie
1956-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl