wetzoeker

Artikel 12 Verdrag nopens de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en stichtingen

Dit Verdrag is van rechtswege van toepassing in het moederland van de verdragsluitende Staten.

Indien een verdragsluitende Staat de inwerkingtreding ervan wenst in alle of enige van de andere grondgebieden, voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is, geeft hij te dien einde van zijn voornemen kennis door een akte, die wordt nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland. Dit doet, langs diplomatieke weg, een gewaarmerkt afschrift van die akte aan ieder der verdragsluitende Staten toekomen. Het Verdrag treedt voor die grondgebieden in werking op de zestigste dag, te rekenen van de datum van nederlegging van de hierboven vermelde akte van kennisgeving.

Het is welverstaan, dat de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid van dit artikel slechts gevolgd kan hebben na de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens artikel 11, eerste lid.

Regeling
Verdrag nopens de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en stichtingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-1956
BWB-id
BWBV0001999
Versie
1956-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl