wetzoeker

Artikel 7 Verdrag inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen

VOORWAARDEN VOOR DE ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN

De autoriteit van de Staat van herkomst wordt bevoegd geacht in de zin van het Verdrag:

1. indien de onderhoudsplichtige of de onderhoudsgerechtigde ten tijde van de inleiding van het geding zijn gewone verblijfplaats had in de Staat van herkomst; of

2. de onderhoudsplichtige en de onderhoudsgerechtigde ten tijde van die inleiding van het geding de nationaliteit van die Staat van oorsprong hadden; of

3. de verweerder zich heeft onderworpen aan de bevoegdheid van deze autoriteit, uitdrukkelijk dan wel door verweer ten gronde te voeren zonder voorbehoud ten aanzien van de bevoegdheid.

Regeling
Verdrag inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-1981
BWB-id
BWBV0001995
Versie
1981-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl