wetzoeker

Artikel 11 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cuba inzake luchtdiensten tussen en via de Nederlandse Antillen en Cuba

Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een van de Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen en vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard overeenkomstig de op grond van het Verdrag vastgestelde normen.

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt door de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cuba inzake luchtdiensten tussen en via de Nederlandse Antillen en Cuba
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-02-1995
BWB-id
BWBV0001978
Versie
1995-02-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl