wetzoeker

Artikel 9 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

1 Op verzoek houdt de aangezochte administratie toezicht op en verstrekt zij informatie over:

a. goederen in vervoer of in opslag waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij;

b. vervoermiddelen waarvan bekend is dat ze gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat ze gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij;

c. panden op het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden in verband met het maken van een inbreuk op de douanewetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij;

d. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie het vermoeden bestaat dat zij op het punt staan een inbreuk te maken op de douanewetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij, in het bijzonder diegenen die het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten.

2 De douaneadministratie van een Verdragsluitende Partij kan uit eigen beweging dergelijk toezicht houden en dergelijke informatie aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekken indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving van de andere Verdragsluitende Partij vormen.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-2007
BWB-id
BWBV0001900
Versie
2007-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl