wetzoeker

Artikel 38 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken

SLOTBEPALINGEN

1 Iedere Staat kan, op het tijdstip van ondertekening of bij nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, het grondgebied of de grondgebieden aangeven waarop dit Verdrag van toepassing is.

2 Iedere Staat kan, op elk later tijdstip, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot elk ander in de verklaring aangegeven grondgebied. Ten aanzien van dat grondgebied treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van die verklaring door de Secretaris-Generaal.

3 Iedere krachtens de twee vorige leden gedane verklaring kan met betrekking tot elk in die verklaring aangegeven grondgebied worden ingetrokken door een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van die kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Regeling
Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2007
BWB-id
BWBV0001839
Versie
2007-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl