wetzoeker

Artikel 33 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken

WEDERZIJDSE BIJSTAND MET BETREKKING TOT ONDERZOEKSBEVOEGDHEDEN

1 De Partijen verlenen elkaar wederzijdse bijstand bij het in „real-time" vergaren van verkeersgegevens met betrekking tot specifiek berichtenverkeer dat op hun grondgebied door middel van een computersysteem plaatsvindt. Behoudens de bepalingen van het tweede lid wordt deze bijstand beheerst door de in het nationale recht vervatte voorwaarden en procedures.

2 Iedere Partij verleent dergelijke bijstand in ieder geval ten aanzien van strafbare feiten waarvoor de bevoegdheid tot het in „real-time" vergaren van verkeersgegevens in een vergelijkbaar geval naar nationaal recht eveneens beschikbaar zou zijn.

Regeling
Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2007
BWB-id
BWBV0001839
Versie
2007-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl