wetzoeker

Artikel 30 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken

WEDERZIJDSE BIJSTAND MET BETREKKING TOT VOORLOPIGE MAATREGELEN

1 Wanneer, bij de uitvoering van een verzoek ingevolge artikel 29 tot bewaring van verkeersgegevens met betrekking tot een specifiek berichtenverkeer, de aangezochte Partij ontdekt dat een serviceprovider in een andere Staat betrokken was bij de doorgifte van dat bericht, verstrekt de aangezochte Partij aan de verzoekende Partij ten spoedigste een zodanige hoeveelheid verkeersgegevens dat kan worden bepaald welke serviceprovider dat is en langs welke route het berichtenverkeer heeft plaatsgevonden.

2 De verstrekking van verkeersgegevens uit hoofde van het eerste lid mag alleen worden geweigerd:

a. indien het verzoek een strafbaar feit betreft dat door de aangezochte Partij wordt aangemerkt als een politiek delict of als een strafbaar feit dat verband houdt met een politiek delict, of

b. indien de aangezochte Partij van oordeel is dat de inwilliging van het verzoek het risico in zich draagt van aantasting van haar soevereiniteit, haar veiligheid, haar openbare orde of andere wezenlijke belangen.

Regeling
Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2007
BWB-id
BWBV0001839
Versie
2007-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl