wetzoeker

Artikel 26 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken

ALGEMENE BEGINSELEN MET BETREKKING TOT WEDERZIJDSE BIJSTAND

1 Een Partij kan, binnen de grenzen van haar nationale recht en zonder voorafgaand verzoek, in het kader van haar eigen onderzoek verkregen inlichtingen aan een andere Partij verstrekken wanneer zij van oordeel is dat de verstrekking van deze inlichtingen de ontvangende Partij kan helpen bij het instellen of uitvoeren van onderzoeken of strafvervolgingen ter zake van de krachtens dit Verdrag strafbaar gestelde feiten, of kan leiden tot een verzoek om samenwerking van die Partij in de zin van dit hoofdstuk.

2 Voorafgaand aan het verstrekken van deze inlichtingen kan de verstrekkende Partij verzoeken dat deze vertrouwelijk wordt behandeld of uitsluitend onder bepaalde voorwaarden wordt gebruikt. Indien de ontvangende Partij aan een dergelijk verzoek niet kan voldoen, stelt zij de verstrekkende Partij daarvan in kennis, die vervolgens bepaalt of de inlichtingen niettemin moeten worden verstrekt. Indien de ontvangende Partij de inlichtingen onder deze voorwaarden aanvaardt, is zij aan deze voorwaarden gebonden.

Regeling
Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2007
BWB-id
BWBV0001839
Versie
2007-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl