wetzoeker

Artikel 38 Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie

STRAFBAARSTELLING EN RECHTSHANDHAVING

Elke Staat die partij is, neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om, overeenkomstig zijn nationale recht, de samenwerking te bevorderen tussen enerzijds zijn overheidsinstellingen, alsmede zijn overheidsfunctionarissen, en anderzijds zijn autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de opsporing en de vervolging van misdrijven. Dergelijke samenwerking kan bestaan uit:

a. het uit eigen beweging informeren van laatstgenoemde autoriteiten, wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat een van de overeenkomstig de artikelen 15, 21 en 23 van dit Verdrag strafbaar gestelde feiten is gepleegd; of

b. het op verzoek leveren aan de laatstgenoemde autoriteiten van alle benodigde informatie.

Regeling
Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-11-2006
BWB-id
BWBV0001830
Versie
2006-11-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl