wetzoeker

Artikel 19 Internationaal Verdrag tegen doping in de sport

VOORLICHTING EN TRAINING

1 De Staten die Partij zijn, verplichten zich, binnen hun mogelijkheden, voorlichtings- en trainingprogramma’s op het gebied van dopingbestrijding te ondersteunen, ontwikkelen of implementeren. Voor de sportgemeenschap in het algemeen dienen deze programma’s gericht te zijn op het bieden van actuele en accurate informatie over:

a. het gevaar van doping voor de ethische waarden van de sport;

b. de gevolgen van doping voor de gezondheid.

2 Voor sporters en begeleiders van sporters, met name tijdens hun basistraining, dienen voorlichtings- en trainingsprogramma’s, in aanvulling op het bovenstaande, gericht te zijn op het bieden van actuele en accurate informatie over:

a. dopingcontroleprocedures;

b. de rechten en verantwoordelijkheden van sporters ten aanzien van dopingbestrijding, met inbegrip van informatie over de Code en het antidopingbeleid van de relevante sport- en antidopingorganisaties. Dergelijke informatie dient de gevolgen van het schenden van de dopingregelgeving te omvatten;

c. de lijst van verboden stoffen en methoden en dispensatie voor therapeutisch gebruik;

d. voedingssupplementen.

Regeling
Internationaal Verdrag tegen doping in de sport
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0001829
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl