wetzoeker

Bijlage I — Octrooien en andere industriële eigendomsrechten Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie

Octrooien en andere industriële eigendomsrechten

1. Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:

a. „industriële eigendomsrechten", alle rechten op het gebied van industriële eigendom, met name octrooien, ingeschreven ontwerpen, gebruiksmodellen en rechten op knowhow, alsmede auteursrechten;

b. „reeds bestaande", met betrekking tot industriële eigendomsrechten, alle zodanige rechten die op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag op het grondgebied van een van de Vier Regeringen worden gehouden of gecontroleerd door of onder de beschikkingsmacht staan van een van de Vier Regeringen, of entiteiten die in het bezit zijn van of gecontroleerd of gefinancierd worden door deze Regeringen of Urenco;

c. „dit gebied", gas-ultracentrifugetechnologie en daarmee verwante technologie die gebruikt kunnen worden bij de verrijking van uranium volgens het gas-ultracentrifugeprocédé en bij de bouw van fabrieken voor de vervaardiging van gascentrifuges en voor verrijking.

2. Alle industriële eigendomsrechten voortvloeiend uit onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's of projecten op dit gebied die door ETC worden uitgevoerd behoren uitsluitend toe aan, of worden, voorzover wettelijk mogelijk is, overgedragen aan ETC. De rechten van de uitvinder worden vastgesteld door de wetgeving van het land waarin het industriële eigendomsrecht is ontstaan.

3. Alle industriële eigendomsrechten die voortvloeien uit onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's of -projecten op dit gebied van een Regering of door een Regering gefinancierd of beheerst met het oog op exploitatie voor commerciële doeleinden moeten voorzover wettelijk mogelijk is aan ETC worden aangeboden op billijke en redelijke voorwaarden voor niet-exclusief gebruik.

4. ETC heeft het recht

a. licenties te verstrekken op het grondgebied van de Vier Regeringen ten behoeve van enigerlei activiteit op dit gebied die in het kader van de in artikel II beschreven samenwerking dient te worden verricht;

b. licenties op redelijke commerciële voorwaarden te verstrekken aan ondernemingen op het grondgebied van de Vier Regeringen voor andere doeleinden dan de verrijking van uranium volgens het gas-ultracentrifugeprocédé.

5. Geen van de Vier Regeringen mag de industriële eigendomsrechten van de andere Regeringen of van ETC op dit gebied aanvechten of betwisten of op enigerlei wijze andere personen aanmoedigen tot of bijstaan bij het aanvechten of betwisten van deze rechten.

6. De Vier Regeringen en ETC behandelen uit commercieel oogpunt waardevolle gegevens die voortvloeien uit dit Verdrag met geëigende voorzorgsmaatregelen en verlangen van alle personen aan wie deze gegevens kunnen worden medegedeeld dat zij soortgelijke voorzorgsmaatregelen in acht nemen.

7. De verlening door ETC van licenties of sublicenties voor het gebruik en de uitoefening buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van de industriële eigendomsrechten bedoeld in de paragrafen 2, 3, 4 en 5 van deze Bijlage of van andere industriële eigendomsrechten op dit gebied die in bezit zijn of onder de beschikkingsmacht staan van ETC wordt geregeld overeenkomstig onderdeel d van het vijfde lid van artikel III.

Regeling
Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2006
BWB-id
BWBV0001810
Versie
2006-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl