wetzoeker

Artikel 4 Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake het transport van aardgas door een pijpleiding tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

1 Elke Regering verleent, overeenkomstig en met inachtneming van haar wetgeving, elke vergunning die nodig is voor de aanleg en het gebruik van de Pijpleiding of van enig gedeelte daarvan.

2 De primaire vergunning voor de aanleg en het gebruik van het onderzeese gedeelte van de Pijpleiding of enig gedeelte daarvan wordt door geen van de Regeringen verleend, veranderd, gewijzigd, ingetrokken of opnieuw verleend zonder voorafgaand overleg met de andere Regering. De Regering die deze vergunning verleent, zendt een afschrift daarvan naar de andere Regering.

3 Met het gebruik van de Pijpleiding, of enig gedeelte daarvan, wordt pas aangevangen wanneer elke Regering alle noodzakelijke vergunningen heeft verleend, overeenkomstig haar nationale wettelijke vereisten.

Regeling
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake het transport van aardgas door een pijpleiding tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-03-2006
BWB-id
BWBV0001781
Versie
2006-03-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl