wetzoeker

Artikel 6 Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind

1 De Staten die partij zijn, verlenen elkaar de ruimst mogelijke bijstand in verband met onderzoeken of bij strafrechtelijke of uitleveringsprocedures ter zake van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten, met inbegrip van rechtshulp ter verkrijging van bewijsmateriaal waarover zij beschikken en dat nodig is voor de procedure.

2 De Staten die partij zijn, komen hun verplichtingen uit hoofde van het eerste lid van dit artikel na in overeenstemming met verdragen of andere regelingen inzake wederzijdse rechtshulp die tussen hen bestaan. Indien dergelijke verdragen of regelingen ontbreken, verlenen de Staten die partij zijn elkaar rechtshulp in overeenstemming met hun nationale wetgeving.

Regeling
Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-09-2005
BWB-id
BWBV0001752
Versie
2005-09-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl