wetzoeker

Artikel 4 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake de tewerkstelling van partners van het diplomatieke en consulaire personeel

Indien de partner die toestemming heeft gekregen om betaalde werkzaamheden te verrichten immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat overeenkomstig de Verdragen, geldt het volgende:

a. De zendstaat doet afstand van de immuniteit van de betrokken partner ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat met betrekking tot elk handelen of nalaten dat verband houdt met de betaalde werkzaamheden die hij of zij verricht, behalve in bijzondere gevallen waarin de zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd is met zijn belangen;

b. Het doen van afstand van immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken wordt niet geacht mede betrekking te hebben op immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van een vonnis; daarvan moet uitdrukkelijk afstand worden gedaan. In dergelijke gevallen verzoekt de ontvangende staat de zendstaat afstand te doen van een dergelijke immuniteit.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake de tewerkstelling van partners van het diplomatieke en consulaire personeel
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
08-03-2007
BWB-id
BWBV0001734
Versie
2007-03-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl