wetzoeker

Nr. II Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Gerechtshof (IGH) inzake de positie van IGH-stagiairs in Nederland

INTERNATIONAAL GERECHTSHOF

121921

Den Haag, 14 oktober 2004

Het Internationaal Gerechtshof biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden zijn complimenten aan en heeft de eer de ontvangst te bevestigen van nota DJZ/VE-949/04 van het Ministerie van 14 oktober 2004 die luidt als volgt:

(Zoals in Nr. I)

Het Internationaal Gerechtshof heeft de eer het Ministerie van Buitenlandse Zaken ervan in kennis te stellen dat het voorstel aanvaardbaar is voor het Hof. Het Hof stemt er dienovereenkomstig mee in dat de nota van het Ministerie en dit antwoord een verdrag zullen vormen tussen het Internationaal Gerechtshof en het Koninkrijk der Nederlanden, waarvan de Franse en de Engelse tekst gelijkelijk authentiek zijn en dat voorlopig zal worden toegepast vanaf de datum van ontvangst van dat antwoord en dat in werking zal treden op de datum nadat beide Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding is voldaan.

Het Internationaal Gerechtshof maakt van deze gelegenheid gebruik om het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden opnieuw te verzekeren van zijn zeer bijzondere hoogachting.

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Den Haag

Regeling
Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Gerechtshof (IGH) inzake de positie van IGH-stagiairs in Nederland
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-04-2005
BWB-id
BWBV0001689
Versie
2005-04-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl