Verklaring van bevoegdheid van de Europese Gemeenschap ten aanzien van aangelegenheden die onder het Eurocontrol-Verdrag vallen Protocol tot toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart „EUROCONTROL" van 13 december 1960, zoals meermalen gewijzigd en door het Protocol van 27 juni 1997 geconsolideerd
In overeenstemming met de desbetreffende artikelen van het EG-Verdrag zoals die door het Europese Hof van Justitie zijn uitgelegd, geeft deze verklaring aan welke de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap is ten aanzien van aangelegenheden die onder het Eurocontrol-Verdrag vallen.
A. Algemene beginselen
1. De uitoefening van de bevoegdheid die de lidstaten uit hoofde van het EG-Verdrag aan de Gemeenschap heeft overgedragen is uit de aard der zaak voortdurend aan ontwikkeling onderhevig. De bevoegde instellingen kunnen in het kader van het Verdrag besluiten nemen die bepalend zijn voor de omvang van de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap.
Daarom behoudt de Europese Gemeenschap zich het recht voor deze verklaring dienovereenkomstig te wijzigen, zonder dat dit een absolute voorwaarde is voor de uitoefening van haar bevoegdheid in Eurocontrol.
2. In verband met Eurocontrol is alleen de externe bevoegdheid van de Europese Gemeenschap relevant. Een en ander heeft tot gevolg dat, tenzij de bevoegde instellingen uitdrukkelijk besluiten tot rechtstreekse uitoefening van een externe bevoegdheid uit hoofde van het Verdrag op een bepaald gebied, de Europese Gemeenschap alleen exclusieve bevoegdheid heeft voorzover internationale overeenkomsten of andere in het kader van internationale samenwerking tot stand gekomen regelgeving gevolgen hebben voor de interne wetgeving
1) Aldus door het HvJ bepaald in adviezen l/94, 2/91, 1/76 en in zaak 22/71.
.
B. Door de Europese Gemeenschap uitgeoefende bevoegdheid
1. Bevoegdheden inzake luchtverkeersbeheer
a. Normalisatie: de harmonisatie van technische specificaties in het algemeen en met betrekking tot apparatuur en systemen voor het verstrekken van luchtvaartdiensten in het bijzonder (artikel 95 (ex 100 A) en 80 (ex 84) van het EG-Verdrag).
De meest relevante rechtsinstrumenten die de Europese Gemeenschap op dit gebied heeft aangenomen zijn Verordening (EEG) nr. 3922/91
2) PB L 373 van 31.12.1991, blz. 4, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2176/96 (PB L 291 van 14.11.1996, blz. 15).
en de Richtlijnen 93/65/EG
3) PB L 187 van 29.7.1993, blz. 52, zoals gewijzigd bij Richtlijn 97/15/EEG (PB L 95 van 10.4.1997, blz. 16).
en 98/34/EEG
4) PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37.
.
b. Beleid inzake onderzoek en technologische ontwikkeling (artikelen 163 (ex 130 F) tot en met 173 (ex 130 P) van het EG-Verdrag).
Momenteel zijn de meest relevante rechtsinstrumenten die de Europese Gemeenschap op dit gebied heeft aangenomen Besluit 99/182/EG
5) PB L 26 van 1.2.1999, blz. 1.
en de Beschikkingen 99/168/EG
6) PB L 64 van 12.3.1999, blz. 20.
en 99/169/EG
7) PB L 64 van 12.3.l999, blz. 40.
. Deze instrumenten betreffen voornamelijk het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (universiteiten en researchinstituten), alsook onderzoek en technologische ontwikkeling in verband met luchtvaart en telematica, met inbegrip van systemen en apparatuur voor luchtverkeersbeheer.
c. Trans-Europese netwerken (artikelen l54 (ex 129 B) tot en met 156 (ex 129 D) van het EG-Verdrag): het gaat hier om vervoer, telecommunicatie en energie, met als doel te zorgen voor interoperabiliteit en samenhang van nationale netwerken door collectieve planning, financiële prikkels en interoperabiliteitsnormen.
De meest relevante rechtsinstrumenten die de Europese Gemeenschap op dit gebied heeft aangenomen zijn Beschikking nr. 1692/96/EG
8) PB L 228 van 9.9.1996, blz. 1.
en Verordening nr. 2239/95/EG,
1) PB L 228 van 23.9.1995 , blz. 1.
zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening nr. 1655/99/EG
2) PB L 197 van 29.7.1999, blz. 1.
.
2. Bevoegdheden op het gebied van de luchtvaart
Het luchtvaartbeleid (artikel 80.2 (ex 84.2) van het EG-Verdrag en de daaruit voortvloeiende wetgeving) heeft tot doel het verstrekken van luchtvaartdiensten in de Gemeenschap te vergemakkelijken, de veiligheid te bevorderen en bij te dragen aan de doeltreffende werking van de interne markt.
De meest relevante rechtsinstrumenten die de Europese Gemeenschap op dit gebied heeft. aangenomen zijn de Verordeningen (EEG) nr. 2408/92
3) PB L 240 van 24.8.1992 , blz. 8.
en (EEG) nr. 95/93
4) PB L 14 van 22.1.1993 , blz. 1.
.
3. Het is tevens mogelijk dat Eurocontrol een maatregel moet nemen die gevolgen heeft voor vaststaande regels van algemene beleidsterreinen van de Gemeenschap, zoals mededinging, vrij verkeer van goederen en diensten (met inbegrip van overheidsopdrachten en gegevensbescherming), milieubescherming, sociaal beleid, economische en sociale samenhang, enz.
C. Bevoegdheid van de lidstaten
1. Als de Europese Gemeenschap geen interne regels heeft vastgesteld en er niet is besloten tot directe uitoefening van een externe bevoegdheid, blijven de lidstaten bevoegd.
2. Hierbij zij benadrukt dat het Verdrag de Europese Gemeenschap geen bevoegdheid verleent ten aanzien van aangelegenheden die verband houden met nationale veiligheid en defensie, met als gevolg dat de organisatie en het gebruik van het luchtruim voor militaire doeleinden buiten de bevoegdheidssfeer van de Europese Gemeenschap vallen.
- Regeling
- Protocol tot toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart „EUROCONTROL" van 13 december 1960, zoals meermalen gewijzigd en door het Protocol van 27 juni 1997 geconsolideerd
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 08-10-2002
- BWB-id
- BWBV0001670
- Versie
- 2002-10-08_0