wetzoeker

Artikel 24 Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad

1 Elke Staat die partij is, neemt passende maatregelen die binnen zijn macht liggen om te zorgen voor doeltreffende bescherming tegen mogelijke represailles tegen of intimidatie van getuigen in strafrechtelijke procedures die getuigenverklaringen afleggen inzake strafbare feiten die onder dit Verdrag vallen en, indien van toepassing, van hun familieleden en andere personen die hen na staan.

2 De in het eerste lid van dit artikel voorziene maatregelen kunnen, onder andere, onverminderd de rechten van de verdachte, met inbegrip van het recht op een eerlijke rechtsgang, omvatten:

a. het voorzien in procedures voor de fysieke bescherming van die personen, waaronder, voorzover nodig en uitvoerbaar, het overbrengen naar een andere plaats van hen en waar passend, het verbieden van de bekendmaking of het toestaan van beperkingen ten aanzien van de verstrekking van informatie omtrent de identiteit en verblijfplaats van die personen;

b. het zorgen voor bewijsrechtelijke regels teneinde mogelijk te maken dat de getuigenverklaring wordt afgelegd op een wijze die de veiligheid van de getuige waarborgt, zoals het toestaan dat de getuigenverklaring wordt afgelegd met behulp van communicatietechnologie zoals videoverbindingen of andere adequate middelen.

3 De Staten die partij zijn, overwegen overeenkomsten of andere regelingen met andere Staten te sluiten ten behoeve van de overbrenging naar een andere plaats van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde personen.

4 De bepalingen van dit artikel zijn tevens van toepassing op slachtoffers, voor zover zij optreden als getuige.

Regeling
Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad
Afkortingen
TOC
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
25-06-2004
BWB-id
BWBV0001668
Versie
2004-06-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl