wetzoeker

Artikel 5 Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst tot instelling van een associatie tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie

OVERGANGSBEPALINGEN

1 Bewijzen van oorsprong die door Jordanië of een nieuwe lidstaat naar behoren zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die tussen hen van toepassing zijn, worden in de respectieve landen uit hoofde van dit protocol aanvaard, op voorwaarde dat:

a. de aanvaarding van een dergelijke oorsprong betekent dat een preferentieel tarief wordt gehanteerd op basis van de preferentiële tariefmaatregelen die in de Euro-mediterrane Overeenkomst of in het communautaire stelsel van algemene tariefpreferenties zijn opgenomen;

b. het bewijs van oorsprong en de vervoerdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven;

c. het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten wordt ingediend.

Indien goederen vóór de datum van toetreding voor invoer in Jordanië of een nieuwe lidstaat zijn aangegeven op grond van op dat tijdstip tussen Jordanië en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen op grond van die overeenkomsten of regelingen nadien afgegeven bewijzen van oorsprong eveneens worden aanvaard, op voorwaarde dat zij binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten worden voorgelegd.

2 Jordanië en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee in het kader van tussen hen geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen de status van „toegelaten exporteur’’ is verleend, blijven gebruiken, op voorwaarde dat:

a. een dergelijke regeling ook is opgenomen in de Euro-mediterrane Overeenkomst die Jordanië en de Gemeenschap vóór de toetredingsdatum hebben gesloten,

en

b. de toegelaten exporteurs de regels van oorsprong uit hoofde van die Euro-mediterrane Overeenkomst toepassen.

Deze vergunningen worden uiterlijk één jaar na de datum van toetreding vervangen door nieuwe vergunningen die onder de voorwaarden van de Euro-mediterrane Overeenkomst worden afgegeven.

3

Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de in lid 1 en lid 2 bedoelde preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, moeten gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong door de bevoegde douaneautoriteiten van Jordanië of de lidstaten worden aanvaard en kunnen gedurende een periode van drie jaar na aanvaarding van het bewijs van oorsprong dat ter staving van een invoeraangifte aan die autoriteiten is voorgelegd, door die autoriteiten worden ingediend.

Regeling
Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst tot instelling van een associatie tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-2006
BWB-id
BWBV0001662
Versie
2006-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl