wetzoeker

2 Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Letland inzake privileges en immuniteiten voor verbindingsofficieren die door Letland bij Europol te 's-Gravenhage gedetacheerd worden

1 Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag genieten de verbindingsofficier en de gezinsleden die deel uitmaken van zijn huishouding en niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, in en ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke worden verleend aan de leden van het diplomatieke personeel door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.

2 De immuniteit die aan de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen wordt verleend, strekt zich niet uit tot:

i civiele vorderingen van derden wegens schade, met inbegrip van lichamelijk letsel of overlijden ten gevolge van verkeersongevallen die door deze personen zijn veroorzaakt; of

ii strafrechtelijke en civielrechtelijke rechtsmacht ten aanzien van gedragingen die plaatsvinden buiten de uitoefening van hun officiële taken.

3 De verplichtingen van zendstaten en hun personeel die krachtens het Verdrag van Wenen van toepassing zijn op de leden van het diplomatieke personeel, zijn van toepassing op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde personen.

Regeling
Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Letland inzake privileges en immuniteiten voor verbindingsofficieren die door Letland bij Europol te 's-Gravenhage gedetacheerd worden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-2005
BWB-id
BWBV0001640
Versie
2005-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl