wetzoeker

Artikel 10 Protocol vastgesteld door de Raad overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie

1 Indien een verzoek wordt afgewezen op grond van:

– artikel 2, onder b, van het Europees Rechtshulpverdrag of artikel 22, lid 2, onder b, van het Beneluxverdrag, of

– artikel 51 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst of artikel 5 van het Europees Rechtshulpverdrag, of

– artikel 1, lid 5, of artikel 2, lid 4, van dit protocol,

en de verzoekende lidstaat zijn verzoek handhaaft, en er geen oplossing kan worden gevonden, wordt de met redenen omklede beslissing tot afwijzing door de aangezochte lidstaat ter kennisgeving toegezonden aan de Raad, ter mogelijke evaluatie van het functioneren van de justitiële samenwerking tussen de lidstaten.

2 De bevoegde autoriteiten van de verzoekende lidstaat kunnen, zodra Eurojust is opgericht, problemen bij de uitvoering van een verzoek die verband houden met de in lid 1 genoemde bepalingen aan Eurojust meedelen, met het oog op een mogelijke praktische oplossing, overeenkomstig de bepalingen van het instrument tot oprichting van Eurojust.

Regeling
Protocol vastgesteld door de Raad overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-10-2005
BWB-id
BWBV0001638
Versie
2005-10-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl