wetzoeker

Artikel 10 Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

Toezending van verzoeken

1 Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken ook mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.

2 Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende bijzonderheden:

a. de administratie die het verzoek doet;

b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek;

c. een korte beschrijving van de zaak, de juridische aspecten en de aard van de procedure;

d. de namen en adressen van de betrokken partijen, voorzover bekend.

3 De in dit Verdrag bedoelde informatie wordt alleen aan ambtenaren medegedeeld die door elke douaneadministratie hiertoe zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt in overeenstemming met artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag.

Regeling
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-09-2003
BWB-id
BWBV0001605
Versie
2003-09-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl