wetzoeker

Artikel 3 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Trinidad en Tobago inzake uitlevering

1 Een verzoek om uitlevering van een persoon die wordt verdacht van een strafbaar feit wordt niet afgewezen uitsluitend op grond van de nationaliteit van de opgeëiste persoon.

2 De aangezochte Staat is niet verplicht zijn eigen onderdanen uit te leveren met het oog op de tenuitvoerlegging van een vonnis.

3 Indien uitlevering wordt geweigerd op grond van het tweede lid, legt de aangezochte Staat, op verzoek van de verzoekende Staat en indien het recht van de aangezochte Staat zulks toelaat, de zaak voor aan zijn autoriteiten met het oog op de tenuitvoerlegging van het vonnis dat in de verzoekende Staat is uitgesproken.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Trinidad en Tobago inzake uitlevering
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-2003
BWB-id
BWBV0001599
Versie
2003-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl