wetzoeker

Artikel 3 Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg en de Federale Regering van de Federale Republiek Joegoslavië betreffende de terug- en overname van personen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Staat

1 Het verzoek om terugname van personen in de zin van artikel 2 van de Overeenkomst bevat de in Bijlage 1 bij dit Protocol gespecificeerde gegevens.

2 De identiteit en de nationaliteit van een terug te nemen persoon kunnen overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de Overeenkomst worden aangetoond resp. redelijkerwijs worden verondersteld door middel van de onder 2.1. en 2.2. genoemde documenten:

2.1

– een geldig nationaal paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer), afgegeven door de nationale bevoegde instantie;

– een geldig nationaal identiteitsbewijs;

– een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs, afgegeven door een bevoegde militaire instantie, met een foto van de houder;

– een zeemansboekje;

– een maritiem boekje;

– een rijbewijs;

– een ander officieel document, afgegeven door de bevoegde instanties van de aangezochte Partij, voor zover dit van een foto is voorzien;

2.2

– een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een akte van de burgerlijke stand;

– een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde instanties van de verzoekende Partij;

– een verklaring van de betrokkene zelf;

– de taal waarin betrokkene zich uitdrukt, vastgesteld door middel van een officieel testresultaat of presentatie aan de ambassade van de aangezochte Partij;

– andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt.

3 Indien de terug te nemen persoon in het bezit is van een geldig nationaal paspoort of paspoortvervangend reisdocument, afgegeven door de nationale bevoegde instantie, met een foto van de houder, hoeft geen formeel verzoek om zijn terugname te worden ingediend.

4 In alle andere gevallen dient een verzoek te worden ingediend. Afschriften van de in lid 2 vermelde documenten dienen bij het verzoek te worden gevoegd, ook al is de geldigheid ervan verstreken.

5 Het antwoord op het verzoek om terugname van personen bevat de in Bijlage 2 bij dit Protocol gespecificeerde gegevens.

6 Het positieve antwoord op het verzoek om terugname van personen wordt gelijktijdig aan de bevoegde instanties van de verzoekende Partij en de diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij gericht, waarna het reisdocument wordt afgegeven. De terug te nemen persoon hoeft geen ondertekende aanvraag in te dienen.

7 Indien de geldigheid van een voor de terugname van een persoon afgegeven reisdocument om de in artikel 6, lid 1, van de Overeenkomst genoemde redenen is verstreken, wordt voormeld document onverwijld zonder formaliteiten verlengd.

8 Na ontvangst van het positieve antwoord op het verzoek om terugname van een persoon doen de bevoegde instanties van de verzoekende Partij het bericht inzake terugname van deze persoon aan de bevoegde instanties van de aangezochte Partij toekomen, een en ander in overeenstemming met Bijlage 3 van dit Protocol en zoals bepaald in artikel 6, van de Overeenkomst.

Regeling
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg en de Federale Regering van de Federale Republiek Joegoslavië betreffende de terug- en overname van personen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Staat
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-05-2004
BWB-id
BWBV0001585
Versie
2004-05-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl