wetzoeker

Artikel 7 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen hun douaneadministraties ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en de bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

1 De aangezochte administratie houdt, op verzoek, bijzonder toezicht op:

a. personen ten aanzien van wie het de verzoekende administratie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten;

b. goederen in vervoer, in doorvoer of in opslag, en betaalmiddelen die worden gebruikt of vermoedelijk worden gebruikt om inbreuken op de douanewetgeving te maken;

c. plaatsen die worden gebruikt of mogelijk worden gebruikt voor de opslag van goederen die worden gebruikt of vermoedelijk worden gebruikt om inbreuken op de douanewetgeving te maken;

d. vervoermiddelen die worden gebruikt of vermoedelijk worden gebruikt om inbreuken op de douanewetgeving te maken.

2 De douaneadministraties kunnen, met wederzijdse instemming en door middel van een onderlinge regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het grondgebied van hun respectieve staten van goederen die zijn betrokken bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen hun douaneadministraties ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en de bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-2003
BWB-id
BWBV0001579
Versie
2003-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl