wetzoeker

Artikel 11 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen hun douaneadministraties ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en de bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

1 Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen ook mondeling verzoeken worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.

2 Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende bijzonderheden:

a. de administratie die het verzoek doet;

b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek;

c. een korte beschrijving van de zaak, de juridische aspecten en de aard van de procedure;

d. de namen en adressen van de bij de procedure betrokken partijen, voorzover bekend.

3 Een verzoek van één van de douaneadministraties om een bepaalde procedure te volgen wordt ingewilligd, met inachtneming van de wettelijke en administratieve bepalingen van de aangezochte Verdragsluitende Partij.

4 De in dit Verdrag bedoelde informatie wordt alleen aan ambtenaren medegedeeld die door elke douaneadministratie hiertoe zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt in overeenstemming met artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen hun douaneadministraties ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en de bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-2003
BWB-id
BWBV0001579
Versie
2003-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl