wetzoeker

Bijlage — Verklaringen bij Hoofdstuk III, te hechten aan het intern Akkoord Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het financieel protocol bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend te Cotonou (Benin) op 23 juni 2000, en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het EG-Verdrag van toepassing zijn

Verklaringen bij Hoofdstuk III, te hechten aan het intern Akkoord

1. Verklaring van de Commissie en de lidstaten voor de Raadsnotulen

„De Commissie en de lidstaten wijzen andermaal op het belang dat zij hechten aan het eenvormige kader voor de strategische nota's per land, dat ontwikkeld wordt als follow-up van de resolutie van de Raad Ontwikkelingssamenwerking van mei 1999 over complementariteit. De procedure voor de programmering van de bijstand uit het EOF zal beantwoorden aan de toekomstige conclusies van de Raad met betrekking tot de strategische nota's per land."

2. Verklaringen van de Commissie:

„1. De Commissie ziet erop toe dat de nationale samenwerkingsstrategie (NSS) voor de ACS-staten beantwoordt aan het eenvormige kader voor de strategische nota's per land. De NSS bevat met name de volgende elementen:

a. een analyse van de politieke, economische en sociale achtergrond van het land, de beperkingen, capaciteiten en vooruitzichten, alsmede een gedetailleerd overzicht van de ontwikkelingsstrategie van het land voor de middellange termijn. Het bevat tevens een overzicht van de relevante plannen en maatregelen van andere donoren die in het land actief zijn, met name de EU-lidstaten als bilaterale donoren;

b. een omschrijving van de door de Commissie te ondersteunen responsstrategieën. De responsstrategie moet gebaseerd zijn op de ontwikkelingsstrategie van het land zelf en de analyse van de situatie in dat land. De responsstrategie moet worden opgebouwd rond een strikt beperkt aantal overeengekomen interventiesectoren, en moet worden afgestemd op en complementair zijn met de interventies van andere donoren in het betrokken land. Het moet horizontale en transsectorale thema's bevatten, zoals de centrale rol van armoedebestrijding, gendergelijkwaardigheid, milieukwesties, capaciteitsopbouw en thema's in verband met duurzame ontwikkeling. Voor het opstellen van de NOS moet lering worden getrokken uit het verleden en rekening worden gehouden met alle relevante evaluaties.

2. De responsstrategie wordt vertaald in een realistisch, jaarlijks bijgewerkt, indicatief werkprogramma, dat als een integrerend deel wordt opgenomen in het NSS-document. In het werkprogramma wordt bepaald welke instrumenten gebruikt worden voor de projecten/programma's in elke concentratiesector. Om resultaatgerichte aanpak te garanderen, moet de klemtoon liggen op operationele doelstellingen en indicatoren. Het werkprogramma moet ook een tijdschema bevatten voor de uitvoering en de evaluatie van het indicatief werkprogramma en indicatoren bepalen om de resultaten te meten.

3. De jaarlijkse operationele evaluatie wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 5, lid 4, van bijlage IV bij de ACS-EG-overeenkomst en bestaat onder meer in een beoordeling van de vorderingen van de in het indicatieve programma genoemde activiteiten, afgemeten aan specifieke doelstellingen en indicatoren.

4. Bij de tussentijdse en eindevaluaties, die overeenkomstig artikel 5, lid 6, van bijlage IV bij de ACS-EG-overeenkomst worden uitgevoerd, wordt het NSS geëvalueerd. De tussentijdse en eindevaluaties bevatten onder meer:

a. een analyse van de politieke, economische en sociale situatie en de samenhang en relevantie van de responsstrategie van de EG ten opzichte van de situatie van het land;

b. de resultaten van de vroegere of huidige EG-samenwerking met het betrokken land, waarbij de resultaten van de relevante evaluaties in aanmerking worden genomen alsmede, een evaluatie van de horizontale en transsectorale kwesties;

c. een evaluatie en een bijwerking van het NSS, waarbij de algehele graad van complementariteit van de activiteiten uit hoofde van het NSS-werkprogramma en de interventies van de lidstaten en andere donors in aanmerking wordt genomen.

Zowel de jaarlijkse evaluatie als de tussentijdse en eindevaluaties bevatten een concrete en specifieke bijwerking en herziening van het indicatieve programma, waaronder een uitbreiding van de programmeringsperspectieven voor de volgende vijf jaar.

5. De Commissie is gedetailleerde richtsnoeren aan het opstellen inzake programmering en evaluatie, waarin deze beginselen in detail weerspiegeld zullen worden. Deze richtsnoeren zullen stelselmatig door de Commissiediensten worden gebruikt tijdens het programmeringsproces. De richtsnoeren zullen ter informatie worden toegezonden aan de lidstaten.

6. De respectieve rollen van de hoofden van de delegaties en de Commissie in Brussel zijn die welke in de ACS-EG-overeenkomst worden beschreven.".

Regeling
Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het financieel protocol bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend te Cotonou (Benin) op 23 juni 2000, en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het EG-Verdrag van toepassing zijn
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-2003
BWB-id
BWBV0001565
Versie
2003-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl